Historie

Algemeen
Museum Stoomgemaal Halfweg ligt op een plek die tot zo'n anderhalve eeuw geleden als uiterst riskant te boek stond. Want hier werd een meer met het formaat van een kleine binnenzee, het Haarlemmermeer, door niet meer dan een smalle dijk - de Spaarndammerdijk - gescheiden van het IJ, een arm van de Zuiderzee - het latere IJsselmeer - dat weer in open verbinding stond met de Noordzee. Het IJ kende daardoor eb en vloed.

Haarlemmermeer
Het Haarlemmermeer is in de loop der eeuwen ontstaan uit een aantal kleinere meren. Door vervening, stormen en zware golfslag ontstond het grootste meer van Holland met een oppervlak van zo'n 18.000 hectare. Ondanks allerlei maatregelen bleef de uitbreiding van het meer doorgaan, totdat het letterlijk voor de poorten van Amsterdam en Haarlem stond. 

In 1839 werd besloten tot droogmaking van het Haarlemmermeer op basis van het oorspronkelijke plan van F.G. Baron van Lynden van Hemmen. De droogmaking zou gebeuren met drie stoomgemalen. 

Van 1849 tot 1852 pompten de Leeghwater, Cruquius en Lynden het Haarlemmermeer leeg. Begin juli 1852 was het Haarlemmermeer drooggevallen. Achttienduizend hectare vruchtbare kleigrond kwam hierdoor beschikbaar en "het Haarlemmermeer" was definitief "de Haarlemmermeer". 

Rijnlands boezem 
Voor het Hoogheemraadschap van Rijnland was het verdwijnen van het Haarlemmermeer een groot probleem: de boezem - waar overtollig water tijdelijk in wordt opgeslagen - werd met 80% verkleind. Daarom moest het water nu zo snel mogelijk naar zee worden afgevoerd. De enige optie hiervoor was met stoomkracht.

Omdat de droogmaking van het Haarlemmermeer een Rijksproject was, werden op kosten van het Rijk ook drie boezemstoomgemalen gebouwd. Dit waren Spaarndam (1844), Halfweg (1852) en Gouda (1856).  Later werden de drie gemalen aan het Hoogheenraadschap van Rijnland overgedragen. 

In 1865 werd begonnen met de inpoldering van het IJ. Tegelijk werd begonnen met de aanleg van het Noordzeekanaal. De inpoldering was in 1872 voltooid. Het Noordzeekanaal werd in 1876 geopend. De gemalen Spaarndam en Halfweg loosden nu het boezemwater af via de zijkanalen C en F naar het Noordzeekanaal. 

Stoomgemaal Halfweg 
De geschiedenis van Stoomgemaal Halfweg is onlosmakelijk verbonden met die van het Haarlemmermeer. De "Commissie van Beheer en Toezicht voor de Droogmaking van het Haarlemmermeer" was nauw betrokken bij de totstandkoming ervan. De noodzaak ervan was al zo vroeg ingezien dat het al op de tekentafel stond in het jaar waarin de Cruquius en de Lynden werden gebouwd: 1847. Door geldgebrek van de regering is dit pas in 1852 gerealiseerd.

Stoomgemaal Halfweg is ontworpen door P. Kock en J.A. Beijerinck. De laatste was ook de ontwerper van de drie Haarlemmermeergemalen. Het ketelhuis, met 3 Cornwall ketels, bevond zich in het machinegebouw, waar nu de werkplaats is. De kolenopslag was op de wal; een open brug voerde naar de ketels. In de machinekamer bevond zich één stoommachine van 100 pk, ontworpen door William Husband, opziener bij de Leeghwater. Machine en ketels werden gebouwd door Van Vlissingen & Dudok van Heel (het latere Werkspoor N.V.) in Amsterdam. 

Om de capaciteit van het gemaal te vergroten werd in 1888 de stoommachine vervangen door twee machines van elk 150 pk, gebouwd door Begemann in Helmond. Er werd ook een apart ketelhuis gebouwd, met 4 Lancashire ketels. De brug tussen wal en machinegebouw werd overkapt vanwege de stoomleiding. Ook werden de schepraderen vergroot naar 7,5 meter diameter.

In 1923 vond de laatste vergroting plaats. De stoommachines werden vervangen door één door Stork in Hengelo gebouwde 500 pk stoommachine. In het ketelhuis werden eveneens door Stork gebouwde waterpijpketels geplaatst. Met de nieuwe machine verplaatsten de schepraderen 1500 m³/min. Van de installatie van 1888 bleven alleen de tandwielen en rondsels met V-vertanding in gebruik. Tot 1977 zou het stoomgemaal zo blijven functioneren. 

Exit stoom 
In de loop der tijd zijn alle hiervoor genoemde boezemgemalen gemoderniseerd of vervangen door een nieuw gemaal. Dat laatste gebeurde ook in Halfweg. In het westelijk havengebied van Amsterdam staat sinds 1977 een nieuw boezemgemaal. Hierdoor was het stoomgemaal overbodig geworden. Maar het stond ook de wateraanvoer naar het nieuwe gemaal in de weg. Dus dreigde sloop. Dat werd door een groep liefhebbers van historie en stoomtechniek voorkomen.

Halfweg onder Stoom
In het boekje "Halfweg onder Stoom" geschreven door Gerrit van den Beldt wordt uitgebreid in gegaan hoe de sloop van het Stoomgemaal werd voorkomen. Het boekje is verkrijgbaar aan de balie.